back to weblogDierendag


Ze zoende natte zoenen, zoals alleen Oma’s dat doen.
Dank je wel, zei de Onbekende Mevrouw.
“Sterkte,” zeiden wij.
Ik gaf haar mijn flesje water.
“Ach, wij hebben er nog een,” loog ik.

“Dank u wel, voor het bellen en het wachten,” schudde ook de meneer van de Dierenambulance onze hand. “En dank voor uw hulp.”
Wij hadden de dode hond op de brancard gelegd.
G. had met de meneer de brancard in de dierenambulance gelegd.

We wandelden, van Kockengen langs molens, water, weilanden, grasdijken.
Zelden een weg, of niet met auto’s. Behalve die ene dan.

We hadden een meeloopkat.
En de hond zag de kat, en niet de auto.
En andersom.
Beiden gingen snel.

Toen was de hond dood.
Zomaar, plotsklaps.
En dat op dierendag.

“Het is zoals het is,” zei de mevrouw.
En dat is zo een cliché, dat het zichzelf wel waar maakt.

Het is zoals het is.

Wij liepen door. Verder het Veengebied in.
Tussen de polders Geverscop en Portengen.
We gingen zitten op een bankje, aten een mandarijn en ik moest nodig plassen.
En wildplassen moet kunnen, in zo een plasrijk veengebied, vind ik.

Een moment van bezinning.
“Moeten we niet kijken, al is het voor mijn gemoedsrust, hoe het is met de meeloopkat?”
In plaats van verder gingen we terug.

Meeloopkat was minstens een kilometer of twee meegelopen.
Meeloopkat was een maand of zes. Jong en onbezonnen, zoals dat hoort.
We ontmoetten haar tussen een boerderij en een molen, bij een van de twee zou ze vast horen.
We hadden haar voor het laatst gezien op de plek van de dood van de hond.
Een paar kilometer verder.

Ze zat er nog. Schuilend tegen de regen onder een blad.
Zelfde plek. En duidelijk niet die van haar.

En zo liepen we onze wandelroute terug.
Vaak wilde ze niet lopen, ze was al zover en moe en het gras was nat.
Haar pootjes te jong, te kort.
Op mijn schouder liep het makkelijker mee.

Meeloopkat herkende steeds meer.
Bij de molen leek ze thuis.
En ze liep nog mee tot vlakbij de boerderij.
Daar draaide ze om, en liepen we meeloopkatloos verder.
Terug.
Terug naar kockengen.
Daar bleek de enige kroeg al dicht.


4 oktober. Dierendag.
Een dode hond en een verdwaalde meeloopkat.

Een vreemde dierendag.
En arme hond!

Gezellig, was het niet bijna een meeneemkat geworden?

@ petra: ja, Heel Erg Bijna!

Triest, maar ook wel een mooi verhaal.
En een mooie foto.

Ik vind de schouderkat wel erg mooi met je mengen…


  
Persoonlijke info onthouden?

/ Textile

Om zeker te weten dat je een mens bent en geen spammende robot, vraag ik je de eerste drie letters van mijn voornaam (Barbara) in te tikken, gewoon in kleine letters.
 

  ( Register your username / Log in )

Kattebel:
Verberg email:

Kleine lettertjes: Alle HTML-tags behalve <b> en <i> zullen uit je reactie worden verwijderd. Je maakt links door gewoon een URL of email-adres in te typen.

About

CultuurBarbara = Barbara. Utrecht. Katten. Cultuur. Docent nt2. Schrijft voor Cultuurpodiumonline. Kolonisten van Catan. Gerard Reve. Koffie verkeerd. Kaartspellen. Slauerhoff. Koken. Boeken. Winnie the Pooh. Vegetariër. Filmhuisfilms. Museum. Dimmen. Sproeten. Sociaal. Pippi. GroenLinks. Nick Cave. 1970. Theater. Schilderen. Borrel. Basilicum. Tante van twee neven. Orkater. Tom Waits. Bach. Mooie Woorden. Achterhoek. Pure Chocolade. Bos.

+ 46 - 30 | §



Where ever I am, there's always Pooh,
There's always Pooh and Me.
Whatever I do, he wants to do,
"Where are you going today?'' says Pooh:
"Well, that's very odd 'cos I was too.
Let's go together,'' says Pooh, says he.
"Let's go together,'' says Pooh.

"What's twice eleven?'' I said to Pooh.
"Twice what?'' said Pooh to Me.
"I think it ought to be twenty-two.''
"Just what I think myself,'' said Pooh.
"It wasn't an easy sum to do,
"But that's what it is,'' said Pooh, said he.
"That's what it is,'' said Pooh.

"Let's look for dragons,'' I said to Pooh.
"Yes let's,'' said Pooh to Me.
We crossed the river and found a few-
"Yes, those are dragons all right,'' said Pooh.
"As soon as I saw their beaks I knew.
"That's what they are,'' said Pooh, said he.
"That's what they are,'' said Pooh.

"Let's frighten the dragons,'' I said to Pooh.
"that's right,'' said Pooh to Me.
"I'm not afraid,'' I said to Pooh.
And I held his paw and I shouted "Shoo!
Silly old dragons!'' -and off they flew.
"I wasn't afraid,'' said Pooh, said he.
"I'm never afraid with you.''

Where ever I am, there's always Pooh,
There's always Pooh and Me.
"What would I do?'' I said to Pooh.
"If it wasn't for you,'' and Pooh said: "True,
It isn't much fun for One, but Two
Can stick together,'' says Pooh, says he.
"That's how it is,'' says Pooh.